Rouw begeleiden
Hallo, is daar iemand? Iemand die luistert?
Wanneer we de existentiële pijn van rouwende ouders reduceren tot een voorspelbaar psychologisch proces, dan nemen we afstand van de werkelijkheid die ouders ervaren.
Die pijn is er werkelijk en ouders vertellen ons dat hij nooit over gaat. De woede, de schuld en alle andere emoties zijn er werkelijk, omdat er werkelijk iets is gebeurd. De dood van een kind is een onherstelbaar verlies.
Hoe die pijn in de loop van de jaren ook mag veranderen, hij blijft altijd deel uitmaken van de wereld van de rouwende ouders, omdat er iets prachtigs verloren ging, dat nooit meer terug zal komen.
Dennis Klass[1]
‘Feestje’
Steeds weer verschijnen er boeken en artikelen waarin ‘de dood’ als taboe wordt omschreven en waarin de schrijver beweert haar of zijn bijdrage te leveren aan het doorbreken van dat taboe. Wat betekent dat nou eigenlijk: een taboe?
Taboe is een oorspronkelijk Polynesisch woord voor dat wat niet aangeraakt mag worden. De figuurlijke betekenis is volgens Van Dale: “waarover (volgens de sociale conventie) niet gesproken mag worden, wat niet algemeen gebruikt mag worden”.
De stroom publicaties, het aantal tv-programma’s, van reality-tv tot documentaires, dat over ‘de dood’ gaat is echter legio, té groot om ook nog maar te kunnen suggereren dat er nog sprake zou kúnnen zijn van een taboe.
Een ander voorbeeld dat er van een taboe allang al geen sprake meer kan zijn is dat er overal in den lande evenementen worden georganiseerd, aangekondigd als rouw- of uitvaartbeurzen, als troostdagen, die het zogenaamde ‘taboe op de dood’ van a tot z loochenen, eerder het tegendeel aangeven: ‘de dood’ is populair, ‘de dood’ lijkt een hype te zijn geworden. Toen ik, thuisgekomen van een van die uitvaartbeurzen waar wij de VOOK hadden vertegenwoordigd, mijn verbazing uitsprak over de commerciële potenties die ‘de dood’ blijkt te bieden, verwoordde mijn zoon dat met – het kon niet treffender –: “Ja pap, er is een levendige handel in de dood.”
Alle mogelijke en onmogelijke therapeuten – want rouw en therapie lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden – waren vertegenwoordigd; grafattributen te zien, van kunstwerken tot digitale grafzerken; dansers om de rouwplechtigheid ‘levendiger’ te maken; de rouwclown bestaat ook, om de treurnis te verdrijven; je kunt het zo gek niet verzinnen of het is er: een gediplomeerd NLP-coach die op holistische wijze “huisdieren bij hun stervensproces” begeleidt en zij kan “de eigenaar van het dier steun en coaching bieden bij de rouwverwerking na het overlijden of verlies van zijn huisdier.”
Ik hoor de kassabel rinkelen en blijf mij verbazen.
Er werd ons het eerste nummer van een heuse glossy over de dood uitgereikt, natuurlijk met een prachtige Nederlandse naam toBe en die, waarschijnlijk om elke zweem van somberheid te vermijden als ondertitel meekreeg: “Tijdschrift dat met je meeleeft.” Wie durft het nu nog over een taboe te hebben? In zo’n ambiance is het taboe zelf een taboe geworden. Er wordt niet alleen gesproken over de dood, veel zelfs, om niet te zeggen overmatig veel, er wordt vooral veel geleuterd over de dood; het blad staat vol met clichés (en fouten).
‘De dood’ die hier aan ons wordt getoond lijkt nauwelijks iets te maken te hebben met onmetelijk verdriet om iemand van wie je zielsveel houdt, maar alles met een feestelijke gebeurtenis, een ‘afscheidsfeestje’.
Kunst of kitsch?
Wat ik zie bij dergelijke gelegenheden heeft niets, maar dan ook helemaal niets, met mijn verdriet te maken, met de pijn de wanhoop, het radeloze gemis, die ik na de dood van mijn kind heb ervaren. Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat anderen hier wel enige vorm van troost in vinden. Maar ik zal mij waarschijnlijk wel vergissen, gezien de bezoekersaantallen die dergelijke bijeenkomsten trekken.
Het grote zwijgen over dood en rouw mag dan doorbroken zijn, maar manifesteert zich hier nu niet een ‘moderne’ vorm van verdringing, een aan de tijdgeest aangepaste vlucht voor de verschrikkingen, die de dood van degenen die we zo liefhebben, ons brengt? Een nieuw soort escapisme, pogingen te ontsnappen aan de rauwe rouwwerkelijkheid waarmee we niet geconfronteerd willen worden? Gaat het hier om rouwkunst of rouwkitsch?
Echter, zijn de vraagtekens over wat deze rouwshows nog met mijn werkelijke verdriet en rouw te maken hebben voor de kritische (en wat mijzelf betreft ook cynische) waarnemers al snel zichtbaar, veel verraderlijker zijn de valkuilen die gegraven worden door vele van de zelfbenoemde rouwtherapeuten die zichzelf overvloedig aanbieden, met name via het internet. Er zijn er daartussen die laten weten dat zij serieuze opleidingen op (post)hbo-niveau, of zelfs universitaire opleidingen hebben genoten. Hier is het veel moeilijker de kunst van de kitsch te scheiden, want wat zij mij voorspiegelen ziet er zo serieus en overtuigend uit, met verantwoord lijkende theoretische onderbouwingen, zeker voor wie in hun radeloosheid steun en houvast zoeken. Maar bij nadere beschouwing, rijzen er bij mij toch vaak even grote vraagtekens als bij vele van de stands op de rouwbeurzen waar ik aanwezig was.
Er blijkt dan op geen enkele wijze dat zij ook begrijpen waar zij mee bezig zijn; het lijkt voor hen theorie gebleven, de empathie ontbreekt, het inlevingsvermogen. Zij hebben (nog) niet geleerd te luisteren; het verhaal lijkt aan hen voorbij te gaan. En juist het verhaal is zo wezenlijk, want waar geen verklaring mogelijk is, waar niets meer valt uit te leggen, omdat er geen woorden voor te vinden zijn, rest nog slechts het verhaal. Een oude rabbijnse wijsheid.
Ze weten het te goed, hebben de antwoorden al klaar voor het verhaal is verteld en voor ze ontdekt hebben dat elk verhaal volstrekt uniek is.[2]
Open einde
“Hoe komen tot een beter begrip rondom rouwverwerking? Hoe kan de hulpverlener dit proces beter begrijpen?” schrijft iemand in haar eindscriptie van een hbo-opleiding. En zij vervolgt met: “De rouwverwerking kan enkele maanden tot enige jaren duren. Men schat de rouwduur tegenwoordig tussen de 1½ en 2 jaar.” [3]
Wat hierover ook in zowel de onderzoeks- als de ervaringsliteratuur wordt gezegd, dit soort opvattingen blijven maar steeds de basis vormen in vele opleidingen van mensen die verondersteld worden hiermee na hun studie rouwenden te gaan begeleiden.
Velen van ons hebben ervaren en er in hun verhaal over verteld, dat het na verloop van de tijd waarin wij volgens de hulpverleners met deze opvattingen onze rouw ‘verwerkt’ zouden moeten hebben, het lijkt alsof het verdriet steeds zwaarder wordt, de pijn steeds heviger.
Voor de meeste mensen die rouwen duurt het veel langer, vaak jaren lang, voordat hun leven weer enige kleur krijgt, ze zich niet meer schuldig voelen wanneer een lach aan hun keel ontsnapt, ze weer enige vorm van plezier kunnen beleven en gevoelens van geluk durven toe te laten, dan de lengte van het tijdpad, die kennelijk aan aankomende hulpverleners nog steeds wordt aangeleerd.
Van de fasetheorieën over rouw, met name die van Kübler-Ross, die steeds weer opnieuw tot uitgangspunt worden genomen bij vele opleidingen tot hulpverlener, wanneer er ook nog even wat aandacht aan rouw besteed moet worden, is al jarenlang aangetoond dat ze niet van toepassing zijn op de werkelijke beleving van rouw.[4] Hun blijvende populariteit is vooral te danken aan het feit dat zij, vooral voor ‘buitenstaanders’, rouw, die onbegrijpelijke chaos aan emoties, be-‘grijpbaar’ lijken te maken en daardoor ook behandelbaar. Dat waar wij geen vat op hebben moet weggewerkt (= ‘verwerkt’) kunnen worden, het moet ‘over gaan’, want wat kunnen we nu helemaal met zaken waar we geen ‘grip’ op kunnen krijgen? Onbestaanbaar en onwerkbaar in een samenleving als de onze.
Echter, wat niet kan gebeurt niet: “rouwende mensen (in ieder geval onze westerse wereld) herstellen niet simpelweg van hun verlies, komen er niet ‘overheen’ waarna alles weer terug is bij ‘normaal’; er is geen sprake van afsluiting of voltooiing op zich; zij voegen zich weliswaar naar de nieuwe situatie, zij passen zich in zekere zin aan, maar zij zijn voor altijd veranderd.”[5]
Modellen die er vanuit gaan dat rouw volgens fasen verloopt erkennen niet de complexiteit en het unieke van iedere rouwervaring. Bovendien werken zij toe naar een ‘afsluiting’, zij gaan ervan uit dat er een eindpunt is dat bereikt moet worden. Maar veel onderzoekers zijn inmiddels op basis van hun bevindingen tot heel andere conclusies gekomen, die veel beter aansluiten op de ervaringen die rouwenden zelf hebben opgegaan en waarvan zij vertellen: rouw heeft heel vaak een ‘open einde’, wat betekent dat mensen hun leven lang zullen blijven rouwen, want telkens opnieuw doen zich in hun leven situaties voor waarbij het ‘oude’ verdriet opnieuw geactiveerd wordt, waardoor er opnieuw gerouwd moet worden.[6]
Waar vind ik iemand die naast mij wil gaan in mijn nood? Iemand die eerst en vooral bereid is naar mijn verhaal te luisteren, het verhaal van mijn leven waarin mijn verdriet centraal staat en blijft staan, mijn verhaal waarmee ik poog om mijn in puin liggende wereld weer op orde te brengen. Iemand die door heeft (gekregen) dat ‘rouwverwerking’ een taalfout is?
Rouw verwerkt je niet, rouw draag je.
[1] Dennis Klass, The Spiritual Lives of Bereaved Parents. Brunner/Mazel, Philadelphia P.A. 1999; blz. 187-188.
[2] Thomas Attig, How We Grieve. Relearning the World. Oxford University Press, New York 1996; blz. 6-8.
[3] Op meerdere websites zijn dergelijke uitlatingen te vinden o.a. op www.rouwen.berseba.nl.
[4] Robert S. Weiss, The Nature and Causes of Grief. In: Margaret S. Stroebe, Robert O. Hansson, Henk Schut, and Wolfgang Stroebe, Handbook of Bereavement Research and Practice. Advances in Theory and Intervention. American Psychological Association, Washington D.C. 2008, blz. 33-34.
[5] Margaret S. Stroebe, Robert O. Hansson, Henk Schut, and Wolfgang Stroebe, Bereavement Research: Contemporary Perspectives. In: Margaret S. Stroebe, Robert O. Hansson, Henk Schut, and Wolfgang Stroebe, Handbook of Bereavement Research and Practice. Advances in Theory and Intervention. American Psychological Association, Washington D.C. 2008, blz. 10.
[6] George Hagman, Beyond Decathexis: Toward a New Psychoanalytic Understanding and Treatment of Mourning. In: Robert A. Neimeyer (Ed.), Meaning Reconstruction and the Experience of Loss. American Psychological Association, Washington D.C. 2003; blz. 24.

Ik ben het helemaal met de schrijver eens. De dood is een hype geworden en de rouwtherapie is daar het gevolg van. Helaas kunnen we door de bomen het bos niet meer zien, maar ik ben ervan overtuigd, dat er hele integere mensen bezig zijn, die hun helpende hand willen bieden... en zoals overal is er ook hier kaf te vinden. Tevens ben ik het met je eens, dat je het verlies van een dierbare nooit helemaal hebt verwerkt. Je hebt er mee leren leven, er is een plaatsje voor gevonden, dat als een litteken in je lijf aanwezig blijft.
Jouw afwezigheid is zo tastbaar
Het voelt als zoutzuur in mijn hart
Elke keer is jouw ontbreken
De pijn die ik niet verdragen kan
Die wond blijft voelbaar bij elke beweging
Ook al sta ik dagen stil
Het verhindert mij te leven
Omdat ik zonder jou niet leven wil!
Maar ik ga door want de zon blijft schijnen
Er komt steeds weer een nieuwe dag
Ik ontdek dat ik ondanks pijn
Soms ook weer even lachen mag
Pijn is pijn, het wordt een gewoonte
Een litteken dwars door mijn lijf
Jouw gemis zal ik moedig dragen
En mijn liefde voor jou, die blijft!
Karin
Geplaatst door: karin | 19-3-09 om 12:22